Beroep op overmacht vrachtwagenchauffeur slaagt
Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een deelgeschil over een ernstig verkeersongeval tussen een fietser en een vrachtwagen. Ondanks het ernstige letsel en de wettelijke bescherming van fietsers (op grond van artikel 185 WVW) oordeelt de rechtbank dat de verzekeraar van de vrachtwagen niet aansprakelijk is. Het beroep op overmacht slaagt. Wat speelde er precies en wat betekent deze uitspraak voor slachtoffers van verkeersongevallen?
Het ongeval
De zaak draait om een verkeersongeval op 5 oktober 2023 op een industrieterrein in Sneek. Een vrouw fietste samen met haar echtgenoot over de Professor Zernikestraat. Bij de kruising met de Einsteinstraat – een voorrangsweg – moest zij voorrang verlenen, wat ter plaatse ook was aangegeven met haaientanden en verkeersbord (driehoek).

Haar echtgenoot wist zijn fiets tijdig tot stilstand te brengen, maar de vrouw lukte dat niet. Zij botste met haar fiets tegen de rechterzijkant van een passerende vrachtwagencombinatie. Daarbij liep zij zeer ernstig letsel op: drie complexe beenbreuken met forse wonden.
De juridische vraag: aansprakelijkheid of overmacht?
In dit deelgeschil vroeg de fietser de rechtbank om vast te stellen dat Achmea, als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen, aansprakelijk is voor haar schade. In beginsel biedt artikel 185 Wegenverkeerswet fietsers vergaande bescherming: bij een aanrijding tussen een motorvoertuig en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer is de verzekeraar in elk geval voor 50% aansprakelijk, tenzij sprake is van overmacht.
De kernvraag was dus:
Uitgebreide ongevallenanalyse (VOA)
Op verzoek van beide partijen werd een onafhankelijke verkeersongevallendeskundige ingeschakeld. Die analyseerde camerabeelden, snelheden, zichtlijnen en remmogelijkheden. In de uitspraak (Rechtbank Midden-Nederland 21 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6373) zijn diverse afbeeldingen uit dat onderzoek gepubliceerd.
Belangrijke bevindingen:
- De vrachtwagen reed circa 38 km/u, wat de rechtbank passend achtte voor deze overzichtelijke verkeerssituatie.
- De fietser naderde de kruising met circa 11 km/u en bevond zich ongeveer 8 meter vóór de rijbaan op circa 2,9 seconden vóór de botsing.
- De fietser had in die situatie eenvoudig vóór de haaientanden tot stilstand kunnen komen.
- De vrachtwagenchauffeur mocht erop vertrouwen dat hij voorrang zou krijgen en had op dat moment geen aanleiding om te anticiperen op een ongeval.
- Remmen door de vrachtwagen had het ongeval niet voorkomen; hooguit zou de fietser tegen een ander deel van de vrachtwagen zijn gebotst.

Verkeersongeval
Onze letselschade experts mr. Stijn Kerkhof en mr. Guus van der Steen brengen jouw recht op schadevergoeding in kaart.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank volgt de conclusies van de deskundige en oordeelt dat:
- het gedrag van de fietser zó onwaarschijnlijk was,
- dat de vrachtwagenchauffeur daar naar redelijkheid geen rekening mee hoefde te houden.
Daarmee is voldaan aan de strenge maatstaf voor overmacht. De rechtbank benadrukt dat de chauffeur geen enkel verkeersrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het beroep op overmacht slaagt en Achmea is niet aansprakelijk voor de letselschade van de fietser.
Harde uitkomst
De rechtbank erkent dat de beslissing voor het slachtoffer een hard gelag is. Haar letsel is immers zeer ernstig en de gevolgen voor haar toekomst zijn groot. Toch kan de ernst van het letsel juridisch gezien geen rol spelen bij de vraag naar aansprakelijkheid, als vaststaat dat de verzekerde geen enkel verwijt treft.
Wettelijke bescherming fietsers en voetgangers (artikel 185 WVW)
In beginsel is gemotoriseerde verkeersdeelnemer aansprakelijkMeer weten over overmacht? Neem vandaag contact op.
Bel 0492 - 745172 voor een gratis oriënterend gesprek.hiring approach
Wat betekent deze uitspraak voor voetgangers en fietsers?
Deze zaak laat zien dat:
- de bescherming van artikel 185 WVW ver gaat,
- maar dat een beroep op overmacht in uitzonderlijke gevallen wel degelijk kan slagen,
- met name wanneer uit objectief onderzoek blijkt dat de bestuurder het ongeval niet kon voorkomen.
Elke verkeerszaak is maatwerk. De beoordeling hangt sterk af van feiten, zichtlijnen, snelheden en deskundigenonderzoek.
Rechters oordelen in het algemeen niet snel dat een gemotoriseerde verkeersdeelnemer (bestuurder scooter, auto of vrachtwagen) geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Als de bestuurder de voetganger of fietser vóór het ongeval heeft waargenomen, dan is er meestal geen sprake van een overmachtsituatie en is de gemotoriseerde verkeersdeelnemer aansprakelijk.
Juridisch advies nodig?
Ben je als fietser of voetganger betrokken geraakt bij een verkeersongeval en is de aansprakelijkheid niet direct erkend? Of beroept de verzekeraar zich op overmacht of eigen schuld?
Boeij Letselschade Advocatuur beoordeelt jouw zaak kritisch, schakelt waar nodig deskundigen in en staat je bij in onderhandelingen of procedures. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende beoordeling van jouw zaak.


